Het eerste niets

                                         

Ik zie mezelf -gespiegeld, ergens en ergens anders- en besef het gewicht van de nu vijftig jaar vergende investering in dat spiegelbeeld, het zo aangemoedigde belang dat ik in mezelf heb verzameld. Dit is mijn leven, dat wat licht brengt, richting en betekenis.

In de supermarkt, op het strand, op een feest, op kantoor zie ik al de anderen en weet ik mezelf verloren in dat wat we delen met elkaar, dat wat we zoveel geweld aandoen wanneer we ons god zij dank herkennen als onszelf, stuk voor stuk, ieder voor zich en los van alles.

    Zelfvertrouwen is natuurlijk religieus. Te geloven in jezelf is volhouden dat jouw stront stinkt en jouw hart gebroken raakt, de bodem onder jouw bestaan verdwijnt, jouw leven zinloos is.

De kracht van die zinloosheid zit in mijn lichaam, niet in het hoofd. Als ik dit lichaam gewoon voed, een beetje verzorg en warm houd tot de ziekte zich openbaart, leef ik in overeenstemming met de baan van de Aarde, zolang als een bepaalde komeet over zijn baan zal doen.